‘Jij veinzaard!’

Witte taalsokken en ander irritant taalgedrag. Waar knap jij op af?

Praten als Brugman. Ja, dat kan Frits wel. Frits is het vriendje van mijn beste vriendin. Maar wanneer hij zich komt mengen in gesprekken ben ik al snel gevlogen. “Ach ja,” denk ik dan, “zo lang Emma maar gelukkig met hem is.”

Gepassioneerd en overtuigend spreken, tot daar aan toe. Maar gebruik maken van moeilijke en deftige woorden om jezelf zo boven anderen te zetten? Nee, daarmee haalt hij bij mij echt het bloed onder de nagels vandaan.

Hevige discussie
Alles begon drie jaar geleden toen Emma en Frits hun eerste echte ruzie hadden. “Je bent een lichtekooi en een veinzaard”, spuide Frits. Ze keek hem slechts bedenkelijk aan, maar ging overtuigend verder met de discussie. Ze had geen enkel benul waar haar vriendje haar zojuist voor had uitgemaakt.

Moeilijke woorden
Dat is nou wat Frits doet. Wanneer hij dingen niet kan winnen in gesprekken gaat hij moeilijke woorden gebruiken. Woorden waarvan hij weet dat velen ze niet kennen. Wanneer hij ziet dat zijn ‘tegenstander’ niet bekend is met de betekenis, voelt het voor hem als een overwinning. Op die manier zet hij de ander voor schut zodat hij goed uit de verf komt.

Koekje van eigen deeg
Na enige research in de Van Dale besloot Emma hem een koekje van eigen deeg te geven. Ze had zich volledig verdiept in de vergeten en ongebruikelijke woorden van de Nederlandse taal. Diezelfde avond vroeg ze Frits met haar gezicht in de plooi: “Geef even mijn reticule (soort handtas) aan, wil je?” Zwijgend keek hij haar aan. “Wat is er?” zei ze “hij ligt daar bij je sjamberloek (kamerjas).

Ontwetendheid
”Emma legde later lachend aan me uit: ”Je zag als het ware zijn staart tussen zijn benen zakken.” Je eigen onwetendheid verstoppen achter dure woorden. Daar is onze mooie taal niet voor uitgevonden.